Appeltje-Eitje| Verhaal

~Opgenomen in de verhalenbundel “Droomverhalen”~

 

‘Nadat ik vervolgens die appel – groot en rot, ik ruik hem nog- afwendde met mijn linkerarm leek het vrijwel direct alsof mijn rechterzij uit elkaar spatte. Maar dat, die appel en de pijn die ik nu zelfs nog vaag voel sluimeren, was niet het ergst. Nee de wanhoop, de collectieve paniek van de anderen om mij heen lijkt wel in mijn hart gekropen. Kijk, mijn handen trillen er zelfs van.’
Eva stak haar hand naar voren over de ontbijttafel. Tussen de retro beschuitbus en het porseleinen botervlootje hield ze haar slanke, bleke hand met de lichtroze gelakte niet al te lange nagels. Perfecte handen om divers etenswaar mee te etaleren op de foto’s die ze maakte voor haar foodblog. Ze trilden inderdaad licht, maar dit zou ook kunnen komen door de zakelijke bespreking die voor half elf op het programma stond deze ochtend.
‘Ja, lijkt me wel een gave film hoor,’ zei de warrige haardos met ontbloot bovenlichaam vanaf de andere kant van de tafel.
‘Wat?’ Eva’s stem had de trilling van haar handen overgenomen.
‘Wat ik zeg. Gave film denk ik. Ik bedoel, als je handen er nu al van trillen zal het wel wat zijn toch?’ Zonder haar aan te kijken nam hij een slok uit het gebloemde antieke kopje en zette het naast het bijpassende schoteltje op het tafelkleed. In gedachte zag ze de lichtbruine thee al een kring maken onder het kopje en in haar dure linnen kleed.
Eva stond op en schoof haar stoel ruw achteruit. ‘Fijn dat je altijd zo goed naar mij luistert. Veel succes vandaag Eva, met je bespreking. En ik hoop dat je vannacht niet meer zo naar droomt,’ sneerde ze spottend naar haar niet luisterende wederhelft.

Ze trok haar sleutel uit het slot en pakt haar grote rieten tas uit haar fietsmand. Zogenaamd een nonchalant lijkende strandtas maar deze kwam niet voor negen euro vijfennegentig van de woensdagmiddagmarkt. Hier was een hele woensdagmiddag online speuren aan gespendeerd plus een behoorlijk aantal euro’s.
In de schaduw van de grote Waag overzag ze het plein vol terrasjes. Het was nog vroeg maar dankzij de eerste mooie lentedag van dit jaar waren de meeste stoelen gevuld. Even zag ze zichzelf weer als tiener, gearmd met haar vriendinnen op zaterdagnacht over dit zelfde plein zwalken; de tafels en stoelen reeds opgestapeld naast de deuren van de verschillende cafés.
De lentebries, die in tegenstelling tot de lentezon wel tot bij haar kon komen deed de haartjes op haar blote armen omhoog schieten. Hij maande haar tot actie en ze liep resoluut op het lege tafeltje in het midden van het plein af.
Ziezo wat nu, dacht ze en keek even naar de tijd op haar telefoon. Ruim twintig minuten te vroeg. Ze appte haar locatie naar het door het bureau doorgegeven nul-zes nummer en besloot de kaart te raadplegen. Als ze nu eens een specialiteit van het huis en een cappuccino nam, dan kon ze er nog een klein item op Facebook aan wijden. Fotootje/filtertje en klaar.
Nu ze op de plaats van bestemming was en zich nergens meer druk over hoefde te maken zag de droom van vannacht kans om weer naar de actieve delen van haar gedachten te kronkelen. Het liet haar maag een beetje draaien, haar hartslag iets versnellen evenals haar ademhaling en de kleine trilling in haar handen was weer terug. Of kwam dit door haar boosheid? Door de realisatie dat haar droomrelatie niet meer was dan een gefilterde foto op facebook; inhoudsloos en zonder een enkele vorm van de waarheid te reflecteren.

Zo zat ze een tijdje terwijl de nachtmerrie – waarvan de specifieke details ontbraken maar waar het gevoel des te beklemmender door werd- wedijverde met de overpeinzingen over haar droomman totdat de lege stoel aan het tafeltje naar achter schoof en er een persoon bij haar aanschoof.
‘Goedemorgen, Eva neem ik aan? Ik zal mij even voorstellen, mijn naam is Harm. Wij hebben elkaar nog niet gesproken geloof ik?’ Eva nam de uitgestoken hand aan, glimlachte en zei: ‘Klopt, ik ben Eva. Eva de Waard. Ik heb contact gehad met Esther, over de mail en de telefoon.’
De grijnzende grijzende man van middelbare leeftijd maar met een hippe hipsterbaard, Harm dus, liet haar hand los en vist een map uit de tas naast hem op de grond.
‘Goed. Waar het in deze campagne voornamelijk om draait…o, ik weet niet of je de brochure van de opdrachtgever al hebt ontvangen?’
Eva schudde ontkennend haar hoofd, Harm draaide de map 180 graden om en schoof hem haar kant op.
‘De opdrachtgever is de grootste appelproducent van Nederland en wil graag…’ Harms woorden worden naar de achtergrond gedwongen door het suizen van het bloed door haar hoofd, door de krachtige slagen van haar hart en door de geluidloze schreeuwen van alle vezels in haar lichaam.
Het plein rondom haar lijkt te zijn verdwenen en het enige dat ze ziet zijn de grote groen met rode appels op de pagina’s voor haar. Ze ziet in gedachte de rotte appel weer op haar afkomen, ruikt de geur weer en de steek in haar rechterzij steekt de kop weer op.
Resoluut drukt ze de map terug over het tafeltje.
Met beverige stem zegt ze: ‘En voor wanneer was dit precies? Wat is de deadline?’ Ze zou hoe dan ook zorgen dat ze die niet kon halen. Alle interne alarmbellen gingen af. Zelfs al zou dit betekenen dat ze alsnog die mega suffe opdracht van Daphne moest aannemen in New York.
‘De bedoeling is om de eerste artikelen over twee weken online te hebben. Ga je dat redden?’ Harm keek vol zelfvertrouwen naar Eva op maar zijn glimlach verstilde bij het zien van haar verschrikte blik.
‘Ach wat jammer. Ik vlieg volgende week voor een opdracht naar New York. Het ligt al maanden vast.’ Ze haalde in een soort van verontschuldiging haar schouders op en maakte meteen de mentale notitie om vanmiddag Daphne te mailen en de opdracht alsnog aan te nemen. Ze voelde een soort van opluchting, vast ook door het idee om even van thuis weg te zijn. Even weg bij hem.

*
‘Je zorgt maar dat het lukt! Die bespreking kan makkelijk via Skype.’ Hij drukte, eerst twee keer mis, op het rode knopje – geen echt knopje, slecht een weergave ervan- van de telefoon en legde hem iets harder dan nodig op zijn bureau.
Met zijn zachte kantoorklauwtjes- zo noemde zijn vrouw ze altijd- wreef hij even over zijn gezicht en haalde vervolgens zijn handen door zijn nog niet dunner wordende blonde haar. Of leek het wel minder? Hij voelde nog eens maar kon geen uitsluitsel aan zichzelf geven.
Hij pakte zijn agenda erbij, een echte neplederen, en bladerde terug. Hij telde binnensmonds mee en kwam tot de conclusie dat hij na zijn vliegangstcursus toch zeker minimaal zeven keer gevlogen had. Zonder een greintje last. Wat was dit dan?
Drie kleine maar ferme klopjes op de deur, die vrijwel meteen na de derde klop openging, deden hem uit zijn agenda opkijken.
‘Je weet dat de vlucht vanavond is en de bespreking morgenochtend?’ Twee boze bruine ogen keken hem vanonder een strakke, donkere pony aan. Ze hield haar leesbril in haar linkerhand aan het pootje bungelen. Het is nog maar een paar jaar geleden dat ze die dingen begon te gebruiken, het maakte haar oud vond hij. Hij nam haar vluchtig in zich op en liet zijn ogen langs haar onberispelijke secretaresse outfit gaan: zwarte kokerrok, wit bloesje met korte mouwen en niet al te hoge hakken.
‘Wat is er aan de hand? Is het zachte ei weer in je naar boven gekomen? De held op sokken? Kom op Geer, wat denk je dat die cursus heeft gekost?’
Gerard haalde onverschillig zijn schouders op. Het was toch fiscaal aftrekbaar, of niet soms?
‘Zal ik dan meteen maar even navragen of er ruimte is op de herhaalcursus? Je weet dat je de tweede bespreking niet weer over de computer kan laten lopen. Ik boek je vlucht voor vanavond om, maar daarna is dit gedoe voorbij.’
Van het stralende humeur waarmee ze vanmorgen aan de ontbijttafel was verschenen, ze waren gisteravond extra vroeg onder de wol gedoken zoals dat zo lekker ouderwets heet, is niets meer over. De sacherijnige blik maakte haar, net als het dragen van die stomme leesbril, oud en ongezellig.
‘Prima. Verder nog iets?’ Gerard bewoog zijn muis over de muismat en staarde naar het zwarte, maar voor zijn vrouw en tevens secretaresse, onzichtbare computerscherm.
Ze schudde even snel haar hoofd, haar kleine donkere staartje schudde koddig mee en verliet de kamer.

‘Wil je nog een glaasje?’ Laura zijn vrouw stond met haar rug naar hem toe de groentes te wokken. Het was Vrijdag Vegadag. Gelukkig mogen druiven dus wel, ook gebottelde.
Hij schonk zonder antwoord af te wachten alvast beide glazen halfvol en liep zachtjes op haar af. Misschien had hij niet zo bot moeten doen vandaag dacht hij terwijl hij haar zachtjes wilde aantikken om haar glas aan te rijken. Juist op dat moment besloot Laura al uit zichzelf om te kijken en het glas met rode wijn belandde over haar hagelwitte schort. Haar aanblik ging in een enkele seconde van keurige huisvrouw naar woeste slager.
Gerard deinsde achteruit, liep daarbij zijn stoel omver en bleef bleek en trillend bij de open keukendeur staan, zichzelf ondersteunend aan de deurpost. ‘Wat doe je Geer? Gooi eens een oude doek. Wat sta je daar nou?’ Zichzelf droogdeppend met de pannenlap en door wokkend zag ze niet hoe haar man zichzelf op de grond liet zakken en zachtjes begon te huilen.
Een herinnering kwam naar boven. Of was het wel een herinnering? Misschien was het een droom of een waanbeeld? Een man, zijn gezicht is niet te zien komt op hem af. Hij zit zelf in zijn stoel maar de man staat en helt voorover. Over hem heen. Hij gaat op hem vallen, dat is zeker. Zijn kleding zit onder dezelfde vlekken als het schort van zijn vrouw. Alleen is het geen wijn. Een grote natte brei zit op de plaats van deze onbekende meneer zijn buik. Repen groen shirt hangen over zijn gehavende lichaam. Darmen, althans hij denkt dat het darmen moeten zijn, bulken naar buiten door de opengereten wond. Als hij zijn gezicht afwendt ziet hij verschillende tassen. Iemand naast hem slaakt een gil en pakt zijn arm vast waardoor zijn laptop hard dichtklapt op zijn schoot. Hij hoort zichzelf roepen: ‘We gaan eraan. We vallen.’
Hij hoorde iemand roepen: ‘Geer, Geer!’ Een natte lap sloeg hard in zijn gezicht en de chaos van zijn gedachten verdween en maakte plaatst voor de aanblik van zijn vertrouwde keuken.
‘Gerard Koning, verdorie doe normaal!’ Gerard zijn ogen haakten in de bruine, ongeruste ogen van zijn vrouw en dit liet zijn hartslag dalen, zijn ademhaling kalmeren en zijn schudden overgaan tot een lichte trilling.
‘Misschien kan ik beter voor de uitgebreide herhalingscursus gaan Lau,’ zei Gerard terwijl hij geruststellend probeerde te glimlachen.
Laura omarmde hem stevig en knikte. ‘Ik zal morgen meteen even bellen. Anders kunnen we de zaak wel opdoeken, zacht ei.’

*
‘Goedemiddag. Ik hoop niet dat mijn muziek te hard staat?’ Richard kijkt naar zijn twee dichtstbijzijnde reisgenoten en wijst met een gebruinde vinger naar zijn koptelefoon die hij even van een oor afhoudt. De blonde meneer, aan zijn pak te zien is hij op zakenreis, neemt niet de moeite op te kijken van zijn scherm. Met een geconcentreerde blik leest hij stug door en haalt zo nu en dan een bleke, ietwat mollige hand door zijn dunner wordende haar.
Nou best, dan zal hij mijn muziek ook niet horen, denkt Richard en ziet ondertussen dat het blonde meisje – het zal vast een vrouw zijn maar in zijn oude ogen is dit een meisje- een duim omhoog steken. Ook zij kijkt niet op van haar boek.
Haar blonde haren, ze zullen vast lang zijn dat hebben die meiden allemaal tegenwoordig, zitten in een grote rommelige bundel boven op haar hoofd. Haar slanke vingers met lichtroze gelakte nagels slaan langzaam een pagina van het boek om.
Zal ze blauwe ogen hebben net als Emilie, zijn dochter? Met twee handen strijkt hij zijn lange grijze haren achter zijn oren, slaat zijn benen over elkaar en wipt zachtjes met zijn in een lederen sandaal gehulde voet op en neer.
‘Zou u daar mee willen stoppen?’ zegt de laptop meneer zonder op te kijken.
‘Hoezo, stoort het u?’ Richard beweegt zijn voet nog steeds.
De vermoeide ogen van de laptop man kijken hem nu aan en Richard ziet niet wat hij verwachtte. Geen irritatie, geen boosheid maar slechts angst en verwarring. Zenuwen.
‘Geen probleem,’ zegt Richard en zet beide voeten naast elkaar op de vliegtuigvloer.
Had hij Emilie toch moeten bellen? Het is meer dan tien jaar geleden dat ze elkaar gesproken hebben en om dan nu opeens voor haar deur te verschijnen is niet niks.
Zal hij het niet gedaan hebben om op het laatste moment nog terug te kunnen krabbelen? Om, nadat hij helemaal naar The Big Apple is gevlogen met haar adres in zijn broekzak, niet aan te bellen maar rechtsomkeer te maken?
Hij ziet het blonde meisje haar boek dichtklappen en op haar schoot leggen. “Dromen verklaard” leest hij in paarse letters op de kaft.
Kippenvel kruipt langzaam over zijn blote armen.
Zal hij haar niet hebben durven bellen door zijn droom van vorige week? Die afschuwelijke bizarre nachtmerrie waarin zijn dochter schreeuwde zonder geluid, met grote blauwe ogen die hem vol weerzin aankeken.
De hele week heeft het hem een naar onderbuikgevoel bezorgd. Hij laat zijn blik nog eens gaan over het boek en het bijbehorende meisje. Zal Emilie ook haar nagels lakken? Misschien heeft ze haar haren wel rood geverfd inmiddels, of…
Er ontstaat wat commotie in de rij stoelen achter hem en nog voordat hij zich heeft kunnen omdraaien om te ontdekken waar de drukte om gaat klinkt er een luide stem in een onbekende taal. Hij schreeuwt boze woorden. Duidelijk en onverstaanbaar.
Richard staat op.
Een warme, snijdende pijn schiet door zijn rug en neemt bezit van zijn hele romp.
Hij ziet de ogen van het meisje groot worden en haar handen naar haar rechterzij gaan waar een rode vlek zich verspreidt op haar witte shirt. Ze opent haar mond maar er komt geen geluid. Niets.
Ze valt opzij met haar hoofd op de schoot en op de laptop van haar buurman, haar gezicht slechts enkele centimeters verwijderd van de grote witte appel met de hap eruit.
Richard maait met zijn armen om houvast te krijgen, hij voelt zichzelf licht worden in zijn hoofd en helt over naar de meneer.
De pulserende pijn in zijn lichaam, de knallen om hem heen in het vliegtuig, de paniek, het geschreeuw, en de ogen vol afschuw van de meneer naast hem beginnen allemaal te vervagen. Te vervagen als in dichte mist. Tot hij zich weggezogen voelt worden als uit een diepe slaap. Terug naar waar hij hoorde ooit. Hoopt hij.
Weg.

Afbeelding: Unsplash, J. Ortega

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: