Henk

‘Ik denk dat we het snel moeten doen. Hij hoeft niet onnodig te lijden,’ zegt Esther en trekt zorgvuldig een pluk zevenkruid eruit en drukt het bovenop de vrij volle emmer met andere onkruiden.
‘Niet zo hard, straks hoort hij ons,’ fluistert Arend. ‘Geef even die schop aan, daar naast je.’ Hij wijst naar het oude, verroeste gereedschap. Even schieten zijn ogen naar Henk, die achter in de tuin nietsvermoedend doorgaat met zijn werk.
‘Boeit me niet. Ik ben klaar met die agressieveling. Hij moet gewoon weggemaakt. Misschien kan het met die schop? Of zal de spade scherper zijn?’ Esther krijgt iets verbetens in haar blik als ze over Henk praat. Arend is verbaasd dat ze hem het mededogen van een snelle dood gunt. Hij weet hoe bang ze voor hem is. Hoe ze hem haat.

‘Zal dat niet te veel rotzooi geven? Het moet geen slachtpartij worden, we hebben zaterdag natuurlijk jouw ouders met Ank en Rie hier voor de barbecue,’ fluistert Arend. Hij blijft maar fluisteren, denkt Esther. Ze kijkt hem even aan. Als hij zich zo blijft opstellen kan hij ook een mep met de schep krijgen. Wat een watje.
‘Jij moet het doen, jouw slag zal krachtiger zijn,’ besluit Esther en gaat met het harkje door de bijna leeg getrokken border. Ze zijn lekker opgeschoten vandaag. Het nieuwe perkgoed dat al klaarstaat bij de achterdeur kan er straks in. Misschien dat ze dit jaar de viooltjes in de verre border zet. Henk zal er met z’n destructieve poten niet lang doorheen kunnen lopen. Niet als ze dit plan nu eindelijk doorzetten.
Arend gooit de schop leeg in de kruiwagen en kijkt haar verschrikt aan. ‘Moet dat?’ Hij vergeet te fluisteren en Henk kijkt even hun kant op. Arend voelt een lichte vlaag van misselijkheid.
‘Ja dat moet. Ik help je wel als hij eenmaal…’ Ze maakt een beweging met haar vinger langs haar hals en lacht erbij. Henk ziet het. Ze zwaait vrolijk naar hem. De sukkel. Ze is er klaar mee. Leven onder zijn juk, opstaan op zijn tijden, zijn eten bereiden omdat hij anders de hele buurt bij elkaar schreeuwt en dan dat vreselijk agressieve gedrag van hem. De laatste keer dat hij het op zijn heupen kreeg heeft ze de hele straat uit moeten rennen. Henk achter haar aan.
‘Geef die spade daar eens aan. Ik graaf alvast een gat.’
Arend kiept de emmer leeg in de kruiwagen en geeft hem weer terug aan Esther. ‘Wat als ik zorg dat hij morgen weg is? Hebben we nog een doos? Dan zet ik hem vanavond over het hek bij de kinderboerderij.’ Hij kijkt naar Henk, die parmantig door de tuin banjert, her en der iets van de grond oppikt met zijn snavel en blijkbaar een engeltje op zijn hanenschouder heeft.
‘Morgen. En geen dag later,’ knikt Ester.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: