Aan Mary-Ann

 

Aan Mary- Ann,
Gister zag ik om de hoek bij mevrouw Jeffries de fonkelende weerspiegeling van de kersballen door de ruiten van haar etalage. Ze lagen in groepjes van drie tussen de bollen wol, gedrapeerde stalen stof en het garen en lint in vele kleuren. Het witte lint bewaart ze tegenwoordig in de la. Uit het zicht.

En het is de aanblik van die overal opduikende versieringen, het geluid van de knisperende sneeuw onder mijn schoenen en de opgetogen sfeer die mijn hart de afgelopen dagen weer vaker samen doet knijpen. Kerstmis is nog maar een paar dagen verwijderd van nu, en daarmee de eerste verjaardag van jouw dood ook. Die van je geboorte, 9 december 1879, heb ik in stilte proberen te vieren. Hoe moeilijk het ook is, de woede die jouw leegte een periode had gevuld is inmiddels vervangen voor iets beters. Niet iets beters dan jou natuurlijk, maar beter dan leegte en beter dan woede.

Deze ‘troostprijs’ en de adembenemende afschuw van de herinneringen samen- in schril contrast met elkaar- doen mij dit schrijven. Zodat het verleden en de toekomst, die elkaar nooit zullen kennen, nooit zonder elkaar zullen zijn.

Beginnen bij het begin is het makkelijkst en dat zal ik dus doen.

‘Haal het eruit! Nu!’ Zweet, ondanks de koude decembernacht en mijn slecht verwarmde kamer, gutst van mijn lijf. Mevrouw Andrews zakt door haar knieën en verdwijnt achter het laken waaronder mijn opengesperde benen liggen. ‘Ademen. Het is nog niet zover. Je moet ademen,’ klinkt er vanonder mij en een nieuwe, ondragelijke pijnscheut laat mij een onverwacht harde gil geven. Wanneer de wee zakt klinkt er vanuit de hoek vlak naast het oliekacheltje een geïrriteerde zucht en het omslaan van een bladzijde. Op dit moment maakte het mij niet meer uit hoe ze het eruit trekken, al was het mootje voor mootje, áls het er maar uitkwam. En snel.

En het is waar wat ze zeggen: als de baby er eenmaal is, is alle ellende vergeten. Uiteraard was je de mooiste baby van de wereld, met je kleine donkere haartjes, je piepkleine nageltjes en je priemende oogjes. Ik moet uren naar je gekeken hebben, en als ik mijn ogen dicht doe zie ik je zo duidelijk voor mij dat het soms even lijkt alsof ik je zachte huilen ergens hoor. Hoe je oma erover dacht weet ik niet; zij bladerde gestaag door in haar boek, onderwijl de schaarse warmte met haar grote rokken tegenhoudend.

Niet alleen die eerste uren beleefde ik in een roes, ook de dagen erna leken aaneen geregen tot een lange oneindige dag en nacht samen. We leefden in een ritme van slapen en eten en weer slapen. Ergens op- vermoedelijk- de derde dag werd er op de deur geklopt.

‘Binnen?’ roep ik, mezelf afvragend wie het kon zijn. Mijn oudste zusje klopt niet en zij was tot nu toe mijn enige bezoek geweest op jouw oma na.
‘Stoor ik?’ Met zijn zwarte hoed vol natte sneeuw in zijn hand stapt hij mijn zolderkamer binnen. De kamer die hij en zijn vrouw voor mij huren totdat hun zoon aanmeert en mij kan huwen zoals afgesproken. Hij veegt voorzichtig wat sneeuw van zijn lange, wollen jas en trekt hem uit. Zoekend kijkt hij de ruimte in om een plek te vinden deze op te hangen. Ik wil allerminst ondankbaar klinken maar erg rijkelijk ingericht is de kamer niet. Ik zie dat hij zich hiervoor geneert en legt dan de jas maar naast de mat op de grond.
Hij buigt zich over mij en mijn baby en geeft ons beiden een kus. ‘Gefeliciteerd,’ zegt hij zacht en gaat op de rand van het bed zitten. Uit een jute zak haalt hij een stuk brood, een brok worst en een fles melk. Ik herken het receptuur inmiddels, alleen ben ik blij de norse blik van mevrouw niet te hoeven doorstaan. ‘Met de hartelijke groeten van mijn vrouw,’ zegt hij en zijn hand gaat naar zijn vestzak. ‘Ik hoor dat je zuster iedere dag langskomt?’ Ik knik. Hij legt een hand vol munten op de stoel naast het bed en vluchtig schieten mijn ogen er even heen. ‘Laat haar wat extra’s voor je kopen, maar..’ hij brengt zijn wijsvinger naar zijn lippen. Ik knik weer. Ik zal het voor me houden.
En dat deed ik.
Je veranderde per dag, en de tijd leek voorbij te vliegen en tegelijkertijd stil te staan. Om de dag zat jouw oma een uurtje naast de kachel te lezen zonder al te veel woorden met mij te wisselen. Ik probeerde meestal wat weg te dommelen in de hoop dat de tijd wat sneller ging, ze haar boek met een plof dichtklapte en naar de deur zou lopen. Zonder om te draaien mompelde ze dan iets en verdween. Zo niet deze keer. Je was ruim twee weken oud inmiddels.
Wanneer moeder- zoals ze graag genoemd wordt- is gaan zitten opent ze niet direct haar boek. ‘Doris?’ zegt ze met haar diepe, droge stem. Ik kijk op van het voeden. ‘Ja, moeder?’ Moeder haalt een stuk papier, een brief zo leer ik al snel, tussen de bladzijden van het boek. Ze opent de brief en laat hem aan mij zien. Ik kan vanaf mijn plek slechts de zwierige lijnen van de tekst ontwaren. ‘Ik zal het kort houden. Dat is vaak beter,’ zegt ze en steekt de brief weer terug. ‘Het is een brief van Edward, de broer van Henry die samen met onze James vaart. Het schip is nooit aangekomen in de haven. Hij schrijft dat wij op een behouden terugvaart beter niet zullen wachten.’ Wanneer ze dit zegt bet ze even haar ogen, die gewoon droog zijn gebleven en kijkt mij strak aan. Het duurt even voordat haar woorden doordringen. ‘Ik kan je misschien beter alleen laten nu.’ Ze staat op en loopt naar de deur. Dit maal draait ze zich wel om en spreekt zo duidelijk dat het op mijn ziel krast: ‘Je begrijpt dat onze wegen binnenkort zullen scheiden. Ik zal de huur deze week nog betalen, denk alvast na over wat je gaat doen.’
De 24 uur daarna drong de volle ernst van de situatie steeds iets meer door. Eve, je tante, opperde dat ik weer in het café kon komen werken en mijn oude kamer terug kon nemen. Dat zou diensten van 12 uur betekenen en slapen met zijn vieren op 1 kleine, gehorige kamer. Onmogelijk met een kleintje erbij.
In plaats van de gebruikelijke 48 uur is moeder dit keer na een dag alweer terug. ‘Heb je er al over na kunnen denken?’ vraagt ze en gaat op de rand van het bed zitten. Ik haal mijn schouders op. Meer kan ik niet. Mijn verdriet heeft geen kans omdat de radeloosheid groter, veel groter is op dit moment. ‘Is je oude baan geen optie?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Je snapt dat wij dat,’ ze wijst naar het onschuldige, zich van nog niets bewuste hoopje naast mij, ‘niet in huis kunnen nemen. Het is een bastaard.’ Ze kijkt me aan alsof ik het zou begrijpen. Ze knikt kort. ‘Goed. Ik kan je wel op een andere manier helpen.’ Ze vouwt een krantenknipsel open die ze al die tijd al vast bleek te hebben.
Vriendelijk, kinderloos echtpaar zoekt kind om liefdevol te verzorgen.
Ik begrijp het niet helemaal maar ze gaat verder: ‘Ik heb al contact opgenomen en vader en ik zijn bereid de som geld die het echtpaar vraagt als onkostenvergoeding te betalen. Jij hoeft alleen de kleertjes mee te geven.’ Ze kijkt mij aan. ‘Je weet dat je aanstaande vrijdag hier uit moet?’ Ze maakt een wijds gebaar met haar arm. Ik knik. ‘Het zal een veel beter leven krijgen dan jij een kind ooit zal kunnen geven. Wat als het ziek wordt? Hoe wil je dat betalen?’
Ik kijk hoe mijn dochter naast mij ligt te slapen. ‘Wanneer?’ Het is het enige dat ik kan zeggen.
‘Morgen. Ik zal hem om negen uur ophalen.’
‘Haar.’
‘Wat?’
‘Haar. Het is een meisje.’
‘Nou, ook goed. Dat zal wel goed zijn.’

‘Ho, kijk uit!’ Eve, mijn collega en zus weet nog net op tijd mijn dienblad vol glazen vast te pakken voordat ik de hele stapel eraf had laten glijden. Ze neemt het blad uit mijn handen en brengt het naar de bar. ‘Hier, ga even zitten,’ zegt ze en schuift een stoel naar achter bij het enige lege tafeltje in de zaak. Ze ziet mij twijfelen, maar de baas is even weg en ik ga zitten. Gulzig, alsof het water is, drink ik de pint bier die ze voor mij neerzet leeg. ‘Heb je het adres?’ vraagt ze en ik knik. Vanmorgen na mijn zoveelste nacht waarin ik, zodra ik mijn ogen dichtdeed, alleen maar mijn Mary-Ann voor me zag en als ik wel wegzakte in een droom belandde over Mary- Ann, vallend door de zwarte ruimte gevuld met witte linten, ben ik naar het huis van vader en moeder gegaan. James’ vader en moeder, welteverstaan. Ik wachtte tot moeder het pand verliet voor haar wekelijkse kappersbezoek en speldde vader een verhaal over wat vergeten kledingstukken die ik na wilde laten sturen op de mouw.
Ik haal het zorgvuldig opgevouwen en weggestopte briefje uit mijn schortzak en kijk naar vaders sierlijke handschrift. Eve leest met mij mee. ‘Dat is niet eens zo gek ver. Half uurtje lopen vermoed ik. Ik heb daar in die buurt wel eens een, eh laten we zeggen een kennis gehad.’ Ze knipoogt bij het woord kennis. ‘Wil je haar terughalen?’
Ik haal mijn schouders op. ‘Niets liever, maar dan. Wat doe ik dan?’ Tranen zijn niet meer te stoppen. Eve geeft mij haar zakdoek. ‘Dat zie je dan maar weer. Kijk hoe je eruit ziet, zo kan het niet langer. We kunnen het met de andere meiden bespreken toch? Wie weet zijn ze coulant en laten ze jullie samen boven verblijven? Desnoods betaal je wat extra’s. Ik geef je mijn deel van de fooien wel.’
Ik knik. ‘Ik zal het morgenochtend vragen. Ik weet waar het is maar evengoed, ga jij dan overmorgen met mij mee?’
Eve buigt voorover en geeft me een kus op mijn wang. ‘Natuurlijk, wat dacht jij dan.’
Opgelucht over mijn beslissing en met nog maar drie uren op de klok voor deze dienst sta ik met nieuwe energie op. Ik voel mij stukken lichter dan een kwartier geleden. We zien wel hoe het afloopt, maar ik kom je halen, fluistert het zacht door mijn hoofd.

Pets! Een harde klap op mijn achterste en een arm om mijn schouders. De bierwalm slaat in mijn gezicht als hij begint te praten. ‘Ben jij niet het schatje van Jamie? Wat is het met je aan de hand man.’ Hij gaat met zijn vingers onder mij ogen over mijn donkere wallen. ‘Zo erg is het toch allemaal niet,’ zegt hij en boert tegelijk. Ik probeer niet te kokhalzen én mijn geduld te bewaren. ‘Wat weet jij daar nou van?’ zeg ik neutraal en probeer de zware arm langzaam van mijn schouder te drukken.
Hij geeft mij een natte kus en zegt: ‘Ach meissie? Hoelang nog voor ze terug zijn? Een week? Kijk niet zo sip, volgend jaar kunnen jullie weer samen de feestdagen vieren hoor.’ En petst nog eenmaal op mijn billen bij deze laatste woorden.
‘Hoe dan? Heb jij niet gehoord dat ze nooit aangekomen zijn?’ vraag ik bars.
‘In de haven? Daar liggen ze toch al weken? Man, voordat die kapitein toch weer eens beter was. Als het goed is zijn ze rond vijf januari weer in onze wateren.’
‘Wat?’
‘Wat wat?’ Hij kijkt mij nu even verward aan.
´Komen ze terug?’ Mijn stem klinkt iel, de wereld draait en het volgende moment zit ik in de keuken op de grond met een natte lap op mijn voorhoofd en een bezorgde zus naast mij. Eén minuut, hooguit, duurt het voordat ik mijn conclusies heb getrokken. Ik sta op, geef mijn sputterende zus de natte doek, een kus en smeek of ze mijn dienst af kan maken. Nog voordat ze antwoord kan geven ren ik de deur uit.

Drie ferme roffels op de deur. Met een zwaai opent hij en een grote, boerse vrouw staat in de deuropening. Ze is imposant en even aarzel ik. ‘Goedenavond, ik ben Doris de moeder van Mary-Ann. Ik, eh, kom haar ophalen. Het geld mag u vanzelfsprekend houden.’ Ik doe mijn handen in mijn zij om daadkrachtig over te komen.
‘Ach kindje. Dat gaat niet zomaar.’ Ze glimlacht naar mij. ‘Kom maar even binnen.’ Ze leidt mij aan mijn arm de lange hal door naar een verwarmde achterkamer. In de hoek staat een wieg. ‘Ligt ze daar?’ Ik probeer mijn stem normaal te houden en mijn instinct om het bundeltje in de wieg op te pakken en ermee weg te rennen tegen te houden.
‘Nee kindje, ze is al geplaatst. Bij een zeer net echtpaar. Erg blij waren ze met eh, hoe zei je ook al weer dat jij haar noemde?’
‘Mary- Ann.’
Ik loop naar het wiegje en zie een stukje van een kaal babyhoofdje. Mary- Ann had zwarte haartjes. Een vlieg landt op het stukje blote huid en ik steek mijn hand uit om hem weg te wapperen. Hard grijpt de mevrouw mijn pols beet en veegt snel de vlieg van het tere kopje af.
‘Anders maak je hem wakker,’ verklaart ze. Ze wijst naar een theepot die op de tafel staat omringd door vele witte linten. Kort en lang. Een huivering trekt langs mijn ruggengraat en ik bedank. Wanneer ik de deur uitloop bots ik bijna tegen een jong meisje met een bundeltje dekens in haar armen. Een zacht gehuil klinkt eruit en ze wiegt het ongeduldig heen en weer. Haar ogen staan dof. Een traan rolt over haar wang en valt op de dekentjes.

Vanachter de haag van de buren zie ik de vrouw het bundeltje en een envelop aannemen. Het meisje druipt af met schokkende schouders. Als ik op mijn tenen ga staan zie ik dat de vrouw de baby op de tafel legt- het huilen overgegaan in krijsen -en naar het wiegje loopt. Alles in mij zegt weg te gaan en toch blijf ik staan. Ik schrik op uit mijn gedachten wanneer de voordeur in het slot valt.
Met een donkere omslagdoek om loopt de vrouw snel haar tuinpad af en slaat rechtsaf richting het plantsoen. In het schijnsel van de bijna volle maan zie ik het blauw van het dekentje uit de wieg in haar armen. Omwikkeld met de witte linten, als een rollade.

Ik weet niet waarom maar ik loop haar achterna. Aan het begin van het plantsoen, net na de grote eik stroomt rechts de rivier, vlak voordat hij afbuigt. Ik blijf uit het zicht en mijn maag trekt samen als ik een zachte plons hoor. Wanneer ik haar voetstappen niet meer kan horen loop ik naar de oever en zie enkel nog het wit van de linten in het donkere water. Met trillende vingers, van de spanning en de kou- ik moest tot aan mijn knieën het water in- knoop ik de linten los. De knoop in mijn maag bereikt een hoogtepunt als ik de dekentjes openvouw en zeer respectloos geef ik over, vlak naast het ooit mooie maar al zeer lang dode jongetje.

Wanneer er niets meer anders dan gal over is, merk ik de alarmbellen in mijn hoofd op. Ik doe mijn ogen dicht en de baby op de tafel verschijnt. Maar ook de realisatie dat ik de voetstappen de tegenovergestelde richting van haar woning op hoorde gaan. Nu of nooit, schreeuwt iets in mij. Nu! Ik sta op, laat het arme jongetje naast mijn braaksel liggen en ren zo snel het gaat met mijn natte schoenen en kousen terug naar het huis.
De deur is afgesloten, maar met een losse straatkei is het raam vrij eenvoudig van zijn glas te ontdoen. En daar, tussen de witte linten ligt het fragiele blonde meisje, uitgeput te slapen. Het dekentje gaat langzaam op en neer. Ik neem haar voorzichtig op, klim door het raam en maak dat ik weg kom.

In de eerste instantie zag de politie in mijn een labiele, hysterische vrouw die een baby ontvreemd had. Na een half uur besloten ze toch een agent langs de rivieroever te sturen, waarna het balletje aan het rollen kwam.
De rest, de arrestatie, het proces en zelfs de executie, is geschiedenis. Het is allemaal terug te lezen en op te zoeken. En nergens, lieve Mary-Ann wordt jouw naam nog genoemd. Jij was er slechts één van de geschatte vierhonderd jonge kinderen die dit monster om het leven bracht. En waarom? Uit waanzin? Nee. Voor geld. Gewoon voor ordinair geld. Zodra ze de poen binnen had moest ze van de baby af. Die zou alleen maar kosten. Ze was er zeer gedreven in en in de rivier en achtertuin zijn slechts een fractie van haar slachtoffertjes teruggevonden. Op de algemene begraafplaats zijn ze samen begraven én hebben James en ik een monumentje laten plaatsen.

Vergeet alsjeblieft nooit, dat zonder jou ze nu nog haar zaakjes voort zou zetten, ze de kindjes een wit lintje om de nek zou slaan en strak zou trekken. Zo strak. Zo strak als haar strop. Ik zal het zeker niet vergeten.

Weldra wordt je broertje geboren- of zusje natuurlijk. En ik zal zorgen dat hij over jou zal horen. Vader heeft nadat moeder verdween een grote investering gedaan waarmee een tehuis opgezet wordt voor ongehuwde jonge moeders. Jouw naam zal prijken op de gevel, jouw verhaal zal verteld worden. En vele moeders en kinderen zullen jou voor altijd dankbaar zijn. Jouw dood zal niet voor niets zijn.
Dankjewel, Mary-Ann. Tot weerziens, ooit.

P.S.
Het verhaal is plots voorbij. Dat is hoe het gaat. Alles komt in chaos tot een climax, voor je het zelf goed en wel beseft. Het is de tijd erna, de lange lege dagen waarover niets te schrijven valt die nog veel gruwelijk zijn…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: