Zwarte randjes

(schrijfopdracht waarbij een dagelijkse bezigheid uitmondt in een horrorscenario.)

Tevreden kijkt ze om zich heen. De witte tegels glimmen, de meeste zwarte vlekjes op de voegen zijn verdwenen en het ruikt niet meer naar een nooit uitgepakte gymtas nu de laatste was draait. In de toiletpot is het water nog blauw van de W.C Eend. Dom, denkt ze, want ik moet de emmer er nog in leegkiepen. En terwijl ze dat doet, hij bijna leeg is ziet ze het gele doekje mee de pot in glijden. Shit. Zonder nadenken grijpt ze met haar linkerhand in het schuimende water. Tot halverwege haar onderarm zit ze nu in de pot en meent het doekje te voelen; met twee vingers probeert ze het vast te grijpen terwijl ze met haar andere hand zichzelf aan de toiletrolhouder vasthoudt.
Als ze haar hand wil terugtrekken lijkt het of het doekje haar bij de vingers vastheeft. Ze laat het los maar voelt het nu trekken aan haar wijs- en middelvinger. Eerst zacht, dan met iets meer kracht tot ze ergens gekraak hoort- niet haar vingers, het doet geen pijn- en met een ongekende kracht de pot ingetrokken wordt.
Met de snelheid van een achtbaan, maar de engte van een suisbuis schiet ze, hoofd eerst en op haar buik, door de donkerte. De geur van de W.C. Eend reikt duidelijk niet tot hier, denkt ze en probeert niet te kokhalzen.
Na een eeuwigheid die dertig seconde duurde valt ze in een grijs bassin met een laag drab op de bodem en kijkt ze voorzichtig om zich heen. Was dit haar badkamer? Hij is precies zo maar dan helemaal anders.
Er is een deur. Met een trillende hand opent ze hem en ziet de buitenlucht: grauw, donkergrijs met zwarte wolken die met verontrustende snelheid voortjagen. Het huis om de kamer heen is weg. Enkele delen van de buitenmuur staan als rotte tanden in een mond op de vermolmde funderingsbalken.
Buiten is alles anders en toch hetzelfde. De straat is de straat, de supermarkt om de hoek is er ook maar alles is donker, verlaten en op de gure, gierende wind na is het stil. Zo stil dat haar oren gaan suizen. En fluiten. Steeds iets harder. De schelle toon zit nu niet meer alleen in haar oren. Haar hele hoofd gonst en piept en ze doet haar handen voor haar oren. Het helpt niet. Boven de huizen vliegen honderden blauwzwarte vogels kriskras door maar raken elkaar niet. Ze gaan snel. Net even te snel. Het maakt haar draaierig.
Ze wordt misselijk, de hoge toon is nu overal, de pijn nu ook in haar nek en ze sluit duizelig haar ogen. Alles draait en niet zo misselijk ook.
Haar maag draait mee en ze geeft over. Ze is blijkbaar gaan liggen want ze voelt het warme braaksel langs haar wang en haar oor stromen.
Ook aan de andere kant van haar hoofd voelt ze iets warms. Ze voelt aan haar voorhoofd en kijkt naar haar hand. Rood. Bloed. Ze knippert tegen het felle licht. Het felle licht van haar eigen badkamer dat reflecteert op de witte, schone tegels.
Ze gaat zitten. Haar hoofd bonst, op de wc zit een veeg bloed en de toiletrolhouder ligt in stukken naast de pot. Langzaam schudt ze de duisternis helemaal van zich af en haalt opgelucht adem. Die na een fractie stokt bij de aanblik van een glanzende, zwartblauwe veer die ze uit haar warrige haar vist.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: