Sluitingstijd

 

Ze draaide de deur op slot, bleef even staan en zag het oranje lampje geruststellend knipperen. Het alarm zou de rest van de nacht zijn werk doen. Het was een rustige dinsdagavond geweest in Snackbar “de Smikkel Corner”. De miezerregen liet de frituuraroma’s uit haar haren ontsnappen. Snel liep ze in de richting van de Herenweg, op weg naar haar huis en de douche.

‘Dat je nog gaat douchen op dat tijdstip,’ had haar collega vanmiddag weer eens gezegd. Dat jij dat níet doet, had ze zelf gedacht. ‘Belachelijk dat je als vrouw zo laat nog alleen over straat gaat,’ hoorde ze nu ook haar moeder weer zeggen. De stemmen hielden haar gezelschap in de stille straten.

De donkere vensters leken haar te observeren; hoe ze daar liep met haar schouders naar achter en haar rug recht. ‘Straal dan in ieder geval zelfverzekerdheid uit,’ was haar moeder verder gegaan met haar waarschuwingen. Ze hoorde twee paar voetstappen: die van haarzelf en haar echo. Nonchalant keek ze over haar schouder. Niets natuurlijk.

Soms na een vervelende klant eerder op de avond, deed ze op de terugweg naar huis alsof ze belde. Dan bleven de echo’s hardnekkig niet op haar eigen stappen lijken, bleef haar ademhaling onregelmatig en haar hartslag te snel. Nu niet. Het was een rustige dinsdagavond geweest die overgegaan was in een rustige dinsdagnacht.

Ze sloeg linksaf de Van der Veldenlaan in en wist dat als ze straks de Holleweg opliep, na twaalf huizen de lichten van nummer 138 zouden branden. Voor het raam, de televisie luid tetterend, zat hij iedere avond- althans op de avonden dat ze langsliep in ieder geval- en keek naar buiten. Ze zwaaide altijd, hij zwaaide nooit terug.

Het was een rustgevend ijkpunt, die norse grijzende meneer met de grote neus op nummer 138. Haar telefoon piepte, niet geruststellend. Het geluid dat de batterij het opgaf. Ze graaide in haar bruine schoudertas en zag wat ze vermoedde. Leeg. Nog zeven huizen en ze zou weer voor niets zwaaien, opgelucht dat ze er bijna was. Ze stak een verdwaalde Mentos in haar mond.

Nog vijf huizen. Ze kon de blauwe schittering van zijn televisiescherm al op de stoeptegels zien. Achter haar klonk het geratel en gepiep van een oude stations fiets die rap naderde. Ze hield haar rug recht en voelde haar hart even een glijder maken.

‘…ja en toen zei ik tegen hem dat hij hem maar…’ De stem van de jonge fietsster kwam dichterbij, was naast haar en verdween voor haar in de semi-vochtige nacht. Zie je nou wel mam, dacht ze en haalde toch opgelucht diep adem. Een grote teug.

Haar ogen keken naar de zijne. Haar hand hield ze omhoog. Ze zwaaide ongecontroleerd. Haar andere hand krabte aan haar keel, alsof ze de vastgeschoten Mentos van buitenaf probeerde te bereiken.

Zijn ogen waren op haar gericht terwijl ze op haar knieën viel, haar ogen wegdraaiden en haar hoofd met een doffe klap de klinkers raakte. Snot liep uit haar neus en bloed uit haar wenkbrauw.

Wie durft te zeggen dat mannen geen twee dingen tegelijk kunnen, dacht hij vanachter het dubbele glas en liet zijn vingers over de puntjes in zijn boek glijden terwijl de herhaling van het late journaal door zijn warme woonkamer klonk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: