Ken je die mop van die vrouw die op vakantie ging?|column

Kijk, met zwembad én aan het strand.’ Vriend geeft mij zijn telefoon en ik kijk naar de zoveelste foto van een hotel, met een zwembad.
‘Ja, blauw water en een groot hotel, maar waar is het in godsnaam?’ vraag ik zuchtend en geef de telefoon weer terug. Vriend kijkt al iets minder blij, ik hoor hem nog net niet denken: daar gáán we weer. Maar inderdaad daar ga ik weer. Ik kom weer met mijn monoloog over dat ik niet aan een zwembad ga liggen, zeker niet in een bikini, en na een half uur op het strand heb ik het ook wel bekeken. En trouwens is het daar nu nog helemaal niet zo warm als op de foto’s. Als afsluiter druk ik hem het overzicht van Weeronline onder zijn neus.
We veranderen weer van land en zoeken verder. Ondertussen kruipt de datum steeds dichter bij.

‘Ik weet waar jullie heengaan. Jullie zitten straks gewoon in Heiloo. Thuis,’ zegt iemand en de rest lacht. Die denken precies hetzelfde. Wij lachen als boeren met kiespijn. Vriend heeft al meerdere uitjes en werk afgezegd en tegen ieder die dat wilde horen verteld dat hij een paar dagen heerlijk naar een warm oord gaat. Misschien zelfs wel de Canarische Eilanden.
Als we ’s avonds voor de tigste keer door alle vakantieaanbiedingen heen scrollen opper ik voor de grap om echt thuis te blijven. Hup, kinderen naar de logeeroppas en lekker uiteten, uitslapen en boekjes lezen. Opeens zit ik te janken. Ik denk dat vriend toen meteen al zijn als favorieten aangevinkte vakanties heeft gedeletet op dat moment. Hysterisch som ik alles op en gooi het lekker op één hoop: we hebben nog niemand voor de katten, Dochter moet naar haar vader in Alkmaar maar wel nog naar school in Heiloo, ik heb nog een ouderavond, we zouden drie dagen en nu zijn het er al zes en ik ben nog nooit zonder kinderen op vakantie geweest en ik heb nog nooit gevlogen.

Vriend, praktisch als mannen zijn, had juist gedacht dat het een leuke combi was: voor het eerst vliegen én voor het eerst weg zonder kinderen. Ik begon er bijna van te kotsen inmiddels. Nog even en ik zou zeker ook nog een snelcursus moeten doen voor mijn rijbewijs. Nee, die heb ik ook niet. En ja, het zou kunnen dat het leuk is dit allemaal voor mijn veertigste nog te doen maar als dat huilend en kotsend moet zie ik er de toegevoegde waarde niet van in.

‘Ja, maar jij roept altijd dat je weg wilt zonder kinderen…’ probeert hij nog wanhopig.
Het ís waar.
‘Kunnen we alsjeblieft gewoon naar België, bier drinken en dorpjes bekijken en…’ zeg ik en ik word er opeens weer een beetje blij van, van dit uitje.
‘Best. Als je maar normaal doet nu. En ik zeg wel tegen iedereen dat je niet durft te vliegen,’ zegt hij en begint te zoeken naar hotelletjes in de Ardennen. Zonder morren.
Het kan zijn dat ik toen in mijn euforie zelfs een oorlogsmuseum heb voorgesteld plus misschien een nachtje in ons ‘tweede’ huis in Frankrijk. Maar dat zeg ik liever niet want dan ben ik dus alsnog een klein beetje gewoon thuisgebleven.

De sollicitatie

‘Goedemiddag, neemt u plaats.’
‘Bedankt. Ik kom hier voor de functie…’ zeg ik en hij onderbreekt mij direct.
‘Molenaar, is het? Ja ik zie het al. U heeft zich online aangemeld?’
Ik knik.
‘Goed. U heeft de informatie die wij u mailde goed doorgenomen?’
‘Informatie? Het waren alleen foto’s.’
Hij kijkt mij aan en weer naar zijn formulieren voor zich op tafel: ‘Ja, precies. Dat bedoelde ik. Prachtig niet? Ik vind ze zelf vreselijk ontroerend. Nog steeds.
Ik zal weldra wat uitgebreider op de functie zelf ingaan. Eerst wil ik nog mededelen dat, mocht u aangenomen worden, er een ontgroeningsritueel vlak voor aanvang is. Meestal komen er het nodige bloed, poep en vaak ook hechtingen bij kijken. Heeft u daar problemen mee?’
Met grote ogen schuif ik mijn stoel naar achter en wil opstaan.
‘Wacht. Vergeet niet dat het een baan is voor minimaal 18 jaar. Op papier. In werkelijkheid is hij voor het leven.’
Ik ga weer zitten. Mijn pijngrens is vrij hoog.
‘Hoe zit u qua stressbestendigheid?’
Ik kijk hem vragend aan.
‘Kunt u presteren met jarenlang een paar uur slaap per nacht? En multitasking, is dat aan u besteed?
Ik slik. ‘Jawel…’
Hij kijkt in zijn papieren: ‘Bent u 24/7 beschikbaar?’
‘Wat is de salariëring?’ Ik durf het eindelijk te vragen.
‘Wat?’ Hij lacht. ‘Heeft u niet gelezen dat het een om een onbetaalde baan gaat?’
‘Ja, ja, natuurlijk,’ zeg ik vlug. ‘Waar kan ik tekenen?’
‘ Hier op de stippellijn. U kunt over negen maanden beginnen.’

Schrijfwedstrijd ‘Moeder’ van de VAK Delft~ Bij de zes genomineerden van de 225 geëindigd.

De onzichtbaarheidsfactor|Blog

Meestal ren ik mijn rondjes in het donker maar vandaag had ik het weer eens voor elkaar om bij daglicht mijn rondje te kunnen hardlopen. Het voordeel is dat je overdag eens kunt variëren met de route (’s avonds blijf ik tussen de huizen), het nadeel is dat er wat meer mensen op straat zijn. Zo liep ik nog in de eerste tweehonderd meter fris te joggen, toen er vanuit de tegenovergestelde richting een groepje mensen naderde. Het was een bont gezelschap: kleurige dreads, gitaren op de rug en in verschillende kleuren. Ze liepen met drie of vier man naast elkaar en ik naderde in rap tempo. (Of dat denk ik tenminste met mijn gemiddelde van 5:40 minuten per km) Ik kwam dichter bij, nog dichterbij en opeens dacht ik: o jezus ik ben mijn Sixth Sense Onzichtbaarheidskills even vergeten…
Wat dat is? Ik zal het even uitleggen. Sommige mensen zullen zich erin herkennen en weer anderen zullen geen idee hebben wat ik bedoel. Juist diegenen moeten even goed opletten nu. Het gebeurt mij namelijk vrij vaak dat ik het gevoel heb in “The Sixth Sense” te zitten (je weet wel, dat je denk dat je er gewoon bent, maar dan blijkt dat je gewoon niet meer bestaat.)  Er is nog een soortgelijke film (“The Others”) met eenzelfde thema. Een paar voorbeelden om uit te leggen wat ik nu precies hiermee bedoel heb ik voor handen.
– Met grote regelmaat gebeurt het in winkels. Ik schijn daar te verdwijnen zodra ik in een rij sta. Het is heus. Mensen voegen bruut van links of rechts in en gooien de spullen op de band terwijl ik heel hard zuchtend mijn beurt voorbij zie gaan.
– Als ik naast iemand fiets en er komen tegenliggers aan, die ook naast elkaar fietsen dan moet ik maken dat ik in mijn remmen knijp want ze minderen geen vaart, kijken dwars door mij heen en nemen soms zelfs even extra ruimte als ik voorbij rijd. Zelfs als ik naast mijn kind fiets geldt deze onzichtbaarheidsfactor.
– Wanneer ik in het donker mét mooie lichtjes om mijn armen bij de verlichte zebrapaden wil overjoggen doe ik dit met gevaar voor eigen leven. Meestal is het op een haartje na. Ze crossen door. Nooit geweten dat joggers geen voetgangers zijn. Ik ga dus supersnel (zoals ik al zei) maar blijkbaar zien ze alleen in hun ooghoek een gek lampje voorbij hupsen zonder dat er een mens aan vast zit.
Je krijgt wel een beetje een beeld zo? Ik ben niet klein, ik ben niet dun en ik kijk niet schichtig naar beneden in de hoop niet opgemerkt te worden. Toch hangt er blijkbaar ergens een soort lafheidsaura om mij heen. Op mijn werk vinden al mijn klanten mij aardig. Hoe verschillend ze ook zijn, ik kan met iedereen door één deur. Zou dat een mens onzichtbaar maken? Aanpassingsvermogen.? Pas ik mij zo erg aan dat ik als een kameleon in mijn omgeving opga?
Het zal heus zijn voordelen hebben. Naast het feit dat mensen- degene die mij wel zien- mij aardig zullen vinden (of makkelijk) kan je met deze speciale gave onder veel ongemakkelijke en opdringerige praatjes uitkomen. De krantenverkopers bij de ingang van de supermarkt vragen mij nooit iets. Maar toen ik vanmiddag op het groepje gezellige muzikanten af rende en niemand mij leek op te merken (echt serieus: hele lege straat waar midden op de straat iemand rent,. Op je af.) had ik geen zin om half de rododendrons in te moeten duiken. Ik vond dat ik wel recht had op iets meer ruimte dan het struikgewas dus maakte ik mezelf lekker breed op het kleine strookje waar ik langs ze heen zou kunnen piepen en gaf de buitenste persoon een prachtig mooie schouderbeuk. Bam. Want wie niet zien wil, moet maar voelen.
Grote kans dat hij zich omdraaide, over zijn schouder wreef en mij nakeek terwijl hij dacht: ik voelde het toch echt, maar ik zie niemand. Waarna hij verward, met kippenvel van top tot teen doorliep om zich ’s avonds in occulte wetenschappen te gaan verdiepen om mij op te kunnen roepen. Waardoor er nu portalen naar andere dimensies opengezet worden en geesten en demonen onze wereld overnemen…Oké, ik draaf door. Maar mocht je iemand met een gitaar op zijn rug door Heiloo zien lopen dan zal het mij niet verbazen wanneer hij zachtjes: ‘I see dead people’ fluistert terwijl snot uit zijn neus loopt. Maar ik rende door en keek niet om. Alsof er nooit een groepje mensen was. En wie weet…

De eindbaas

Sensa zuchtte en veegde met twee handen haar haren uit haar gezicht. Denkbeeldig. Maar als ze haren had gehad, of een gezicht, had zij dit zeker gedaan. 
´Je gaat verliezen zeker?’ vroeg Ratius.
Het tweepersoonsbed waar zij hun blik op hadden gericht was rommelig. Tussen de lakens lagen twee lijven verstrengeld. De slaapkamerdeur ging open en een derde partij stampte furieus naar binnen. 
‘Die luisteren nooit meer naar hun gevoel,’ gierde Ratius.
‘Kalm even ja. Ken je de uitdrukking over het laatst lachen? Over precies 48 uur ontmoet ze de ware. Over 48 uur bedankt ze in gedachte deze twee.’ Ze wijst naar het bed.
‘Hoe gaat het bij jou? Heeft hij zijn lot al geaccepteerd?’ Nu is het Sensa die met haar collega meekijkt.
Wederom een bed. Dit maal een hoge, met witte lakens waaronder magere armen en een grauw gezicht uitsteken.
‘Zo. Die ziet er niet best uit.’
‘Dat is niet de ziekte. Hij was macrobiotisch, vegetarisch en biologisch bezig. En vergeet niet dat hij veel aan hardlopen deed.’ 
‘Longkanker was het?’
‘Jep.’
‘Zuur.’
‘Hij heeft het geaccepteerd. Zodra hij hier binnen is neem ik hem even apart. Dat heeft hij wel verdiend.’ 
‘Ratius?’
‘Ja?’
‘Kunnen we het aan de mensheid zelf overlaten? Het lijkt te werken. Ze redden het zonder De Baas.’ Ze knikt in de richting van de geknevelde oude man.
‘Ik denk het wel. Ben je klaar voor het echte werk? Ik neem het Midden-Oosten, richt jij je op Rusland.’
‘Top. Moge de beste winnen.’

Jor Veers | verhaal

 

Opeens was hij daar. Ik probeerde hem lange tijd te negeren, zoals je soms doet wanneer je een bekende tegen komt in de supermarkt met een pak condooms in je hand. 

Maar het was tevergeefs.

Ik begon mijn hand op te steken, als begroeting. Zonder naar hem op te kijken. 

Het was niet genoeg voor hem.

Op veelal ongemakkelijke en onhandige momenten sprong hij tevoorschijn. Ik hield hem zoveel mogenlijk buiten mijn gezichtsveld. Nooit keek ik hem aan. 

Zijn aanwezigheid liet mijn hart sneller slaan, mijn handen zweten, mijn mondhoek trekken en hield me uit mijn slaap. Zijn aanwezigheid nam mijn leven over.

 Op een dag was ik het beu, klaar met negeren, ik wist tóch wel dat hij er was en hij wist dat ik hem opmerkte. Ik wilde mij leven terug.

‘Wat wil je van mij?’ Ik klonk gefrustreerd. Logisch.

‘Laat me mezelf eerst even voorstellen. Mijn naam is Veers, Jor Veers. Ik ben blij dat je mij eindelijk onder ogen komt.’

Ik bekeek hem eens, voor het eerst, goed.

Hij zag er belachelijk, ridicuul uit. Grote schoenen, kleine broek, paars haar en een idioot geel hoedje. En klein. Veel kleiner dan ik dacht.

Ik schoot opgelucht in de lach. ‘Je stelt eigenlijk niet zo veel voor. Ik had je enger, veel enger verwacht.’ 

Hij knikte beleefd en zei: ‘Was dit nu zo moeilijk?’ 

Een glimlach, een knipoog en weg was hij. Voorgoed.

*

Sometimes you just have to face them. 

Cursus SUG|blog

Dit jaar word ik 40. Ja, ik ga dit het hele jaar door herhalen. Als het dan straks december is hoop ik dat de klap beter te verwerken is. Dat mijn jongste in oktober vier wordt en dus naar de basisschool gaat én de oudste 18 zeg ik minder vaak, dat is toch om te janken.

40. Echt een grote meid. Tijd om het leven eens wat serieuzer te nemen misschien. Om mij heen zie ik veel mensen zzp-er zijn of worden. Gezonde leefstijlcursussen, voedingsadvies geven, sportles of gewoon hovenier. Je kunt alle kanten op, als je voor jezelf begint. Nou, supergoed idee! Ik ging eens even een brainstorm met mezelf houden, als een soort van wijze levenscoach, om te ontdekken wat nu eigenlijk mijn ‘ding’ is.

Na lang wikken en wegen weet ik wat mijn speciale talent is. En het toffe eraan is dat het hele concept nog niet bestaat. Niemand doet het nog! Gat in de markt natuurlijk. Wat het is? Ik denk dat ik mega goed ben in SUG cursussen ontwikkelen.
Ik hoor je denken: what the fuck is SUG? (O, sorry. Alleen ik denk in zulke grove taal? Nou goed, je vroeg het je wel af toch?)
Eerst zal ik even kort mijn brainstorm samenvatten: rode draad in mijn leven én mijn levensmotto is ‘van uitstel komt afstel.’ Slap? Waarom? Helemaal niet. Je stelt iets net zo lang uit, tot het niet meer kan/hoeft/ moet. Dit is niet per definitie slecht. Het is juist heel creatief. Want het is natuurlijk niet zo dat je dingen gewoon niet meer doet, en dan helemaal nooit meer. Nee. Zo werkt de geest niet. Er moet altijd een reden zijn waarom je iets niet/later/straks of morgen gaat doen. Je kan het niet zomaar niet doen. En daar komt de SUG methode (nog te ontwikkelen) om de hoek kijken.
De Smoezen, Uitstel en Goedpraat Methode.

Nu, ik zei al dat het nog in de kinderschoenen staat. Maar ik kan een paar voorbeelden geven om te laten zien hoe het werkt.

– Je doet een HBO opleiding en hebt werkelijk geen idee waar het over gaat en het boeit je ook weinig.
Smoes: maak een baby
Uitstel: deze moet je werpen en verzorgen, de studie komt later wel weer.
Goedpraatje: Ja, ik kreeg een baby en daar moest voor gezorgd worden. Nee, die studie afmaken gaat zo niet. Te druk.

Iets minder dramatisch?

– Je moet hoognodig de badkamer schoonmaken.
Smoes: het leven is te kort, de kinderen willen aandacht. O wacht, ze spelen al maar deze Netflix serie is retegoed.
Uitstel: iedereen gaat zo weer douchen, beter doe ik het later.
Goedpraatje: De badkamer is toch oud, je ziet het geeneens wanneer ik hem schoonmaak. (Dit is meer een leugen dan een goedpraatje, ik zag het wel degelijk.)

– Je gaat vanaf nu nooit meer de badkamer zo goor laten worden.
Smoes: ik ga het nu nog niet schoonmaken het is nog maar zo kort geleden.
Uitstel: Ik moet even nieuw schoonmaakmiddel hebben. En een emmer. Dan doe ik het.
Goedpraatje: Zo lang als hij de vorige keer vies was is bijna niet haalbaar. Het valt nog wel mee nu.

– Ik ga drie tot vier keer in de week hardlopen.
Smoes: zere benen, slecht weer, kater, geen tijd, wakkere kinderen en de week is weer voorbij dus begin ik maandag wel.
Uitstel: Als ik morgen ga, dan kan ik ook donderdag en zondag. Dat komt beter uit. Beter begin ik morgen, niet nu.
Goedpraatje: nu heb ik tenminste tijd over om iets te schrijven.

– Ik ga schrijven. Misschien wel een boek. Ik heb een heel uur de tijd. Zeeën dus echt.
Smoes: Ik moet nog even douchen, iets drinken, nog meer koffie, o wacht de vaatwasser/wasmachine/droger moet nog leeg of vol, de laptoplader is kwijt, de kattenbak is vies, de tafel moet nog opgeruimd, is er nog iets lekkers in huis?
Uitstel: doet het hele huishouden want anders zit je niet lekker, ik moet eerst nog even nadenken over wát te schrijven, morgen na het hardlopen heb ik ook nog wel een uur, misschien wel twee. Ja, morgen is veel beter. Ik ben ook erg moe nu. Dat wordt sowieso een slecht verhaal.
Goedpraatje: ik schrijf wel een halfbakken blog over een onzincursus die niet bestaat. Goed plan. De tijd zit er ook op en Netflix wacht op mij. Ben benieuwd of ze zwanger is geraakt in het begin van seizoen twee…

Henk

‘Ik denk dat we het snel moeten doen. Hij hoeft niet onnodig te lijden,’ zegt Esther en trekt zorgvuldig een pluk zevenkruid eruit en drukt het bovenop de vrij volle emmer met andere onkruiden.
‘Niet zo hard, straks hoort hij ons,’ fluistert Arend. ‘Geef even die schop aan, daar naast je.’ Hij wijst naar het oude, verroeste gereedschap. Even schieten zijn ogen naar Henk, die achter in de tuin nietsvermoedend doorgaat met zijn werk.
‘Boeit me niet. Ik ben klaar met die agressieveling. Hij moet gewoon weggemaakt. Misschien kan het met die schop? Of zal de spade scherper zijn?’ Esther krijgt iets verbetens in haar blik als ze over Henk praat. Arend is verbaasd dat ze hem het mededogen van een snelle dood gunt. Hij weet hoe bang ze voor hem is. Hoe ze hem haat.

‘Zal dat niet te veel rotzooi geven? Het moet geen slachtpartij worden, we hebben zaterdag natuurlijk jouw ouders met Ank en Rie hier voor de barbecue,’ fluistert Arend. Hij blijft maar fluisteren, denkt Esther. Ze kijkt hem even aan. Als hij zich zo blijft opstellen kan hij ook een mep met de schep krijgen. Wat een watje.
‘Jij moet het doen, jouw slag zal krachtiger zijn,’ besluit Esther en gaat met het harkje door de bijna leeg getrokken border. Ze zijn lekker opgeschoten vandaag. Het nieuwe perkgoed dat al klaarstaat bij de achterdeur kan er straks in. Misschien dat ze dit jaar de viooltjes in de verre border zet. Henk zal er met z’n destructieve poten niet lang doorheen kunnen lopen. Niet als ze dit plan nu eindelijk doorzetten.
Arend gooit de schop leeg in de kruiwagen en kijkt haar verschrikt aan. ‘Moet dat?’ Hij vergeet te fluisteren en Henk kijkt even hun kant op. Arend voelt een lichte vlaag van misselijkheid.
‘Ja dat moet. Ik help je wel als hij eenmaal…’ Ze maakt een beweging met haar vinger langs haar hals en lacht erbij. Henk ziet het. Ze zwaait vrolijk naar hem. De sukkel. Ze is er klaar mee. Leven onder zijn juk, opstaan op zijn tijden, zijn eten bereiden omdat hij anders de hele buurt bij elkaar schreeuwt en dan dat vreselijk agressieve gedrag van hem. De laatste keer dat hij het op zijn heupen kreeg heeft ze de hele straat uit moeten rennen. Henk achter haar aan.
‘Geef die spade daar eens aan. Ik graaf alvast een gat.’
Arend kiept de emmer leeg in de kruiwagen en geeft hem weer terug aan Esther. ‘Wat als ik zorg dat hij morgen weg is? Hebben we nog een doos? Dan zet ik hem vanavond over het hek bij de kinderboerderij.’ Hij kijkt naar Henk, die parmantig door de tuin banjert, her en der iets van de grond oppikt met zijn snavel en blijkbaar een engeltje op zijn hanenschouder heeft.
‘Morgen. En geen dag later,’ knikt Ester.